**1.** De vertrouwenspersoon heeft de volgende taken en bevoegdheden:
het opvangen, begeleiden en van advies dienen van de melder, alsmede het zo nodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlenende instantie of hulpverlener;
het inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om tot een goed inzicht te komen omtrent de melding en de mogelijkheden om te komen tot een oplossing;
het door middel van het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator trachten tot een oplossing te komen;
het adviseren over en behulpzaam zijn van de melder bij eventueel verder te nemen stappen;
het ondersteunen en begeleiden van de melder bij het indienen van een klacht ter zake bij de commissie en bij het horen door de commissie;
het geven van gevraagd of ongevraagd advies aan de secretaris-generaal op het gebied van de preventie van ongewenste omgangsvormen in de organisatie;
het geven van voorlichting op het gebied van ongewenste omgangsvormen;
het verlenen van nazorg aan de melder.
**2.** De vertrouwenspersoon heeft jegens de melder een recht op verschoning.
**3.** De vertrouwenspersoon legt over zijn tijdsbesteding als zodanig verantwoording af aan zijn hoofd van dienst.
**4.** Indien de vertrouwenspersoon een advies geeft als bedoeld in het eerste lid, onder f, zendt de secretaris-generaal afschrift daarvan aan de Departementale Ondernemingsraad.
§ 3
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 9 maart 2013