Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 31

De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2013 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de vereveningsbijdrage 2013

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2013· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 maart 2013

1. Het college herberekent het normatieve bedrag 2013 voor de tweede keer voorlopig als de som van het tweede voorlopige deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013, het tweede voorlopige deelbedrag vaste zorgkosten 2013, het tweede voorlopige deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 en het tweede voorlopige deelbedrag kosten van overige prestaties 2013. 2. Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit berekent het college: het bedrag bepaald in artikel 26, tiende lid; het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg. Het college berekent het gemiddelde marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg bedoeld in artikel 26, vierde lid en de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 bedoeld in artikel 26, eerste lid te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan EUR 25,00 per verzekerden van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het college 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2013; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan EUR –25,00 per verzekerde van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het college 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2013. 3. Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit berekent het college: de uitkomst van artikel 28, vijftiende lid; het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder. Het college berekent het gemiddeld marktresultaat door voor totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van 18 jaar en ouder, bedoeld in artikel 28, achtste lid en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van achttien jaar en ouder bedoeld in artikel 28, vijfde lid te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan EUR 7,50 per verzekerde van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het college 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2013; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan EUR –7,50 per verzekerde van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het college 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2013. 4. Het college bepaalt de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2013. 5. Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen. 6. Het college berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar te vermenigvuldigen met EUR 50. 7. Het college berekent de vereveningsbijdrage 2013 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2013 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar als bedoeld in artikel 23, zesde lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst bedoeld in artikel 30, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 23, vijfde lid. 8. Het college stelt de vereveningsbijdrage 2013 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2016 ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel