**1.** Op een neveninstelling van een politieke partij zijn de artikelen 21, 21a, 23, 23a, 25a, 28 en 28a van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor 1 juli van elk kalenderjaar zendt een neveninstelling van een politieke partij aan Onze Minister een overzicht van:
de bijdragen van in totaal € 1.000 of meer die in het voorafgaande kalenderjaar van een gever zijn ontvangen, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, eerste lid, zijn geregistreerd.
de schulden, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, derde lid, zijn geregistreerd.
de schriftelijke verklaring van de accountant, bedoeld in het vierde lid.
**3.** Voor de toepassing van artikel 21, eerste en tweede lid, kan registratie achterwege blijven van bijdragen van de politieke partij.
**4.** De neveninstelling geeft opdracht tot onderzoek van het overzicht aan een accountant. De accountant onderzoekt of het overzicht voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van het overzicht.
**5.** Onze Minister maakt het overzicht openbaar. Van de gegevens over het adres van een natuurlijke persoon of een uiteindelijk belanghebbende, wordt uitsluitend de woonplaats openbaar gemaakt. Op verzoek van een politieke partij blijft in het overzicht, genoemd in het tweede lid, onder a, openbaarmaking van de gegevens over de naam en de woonplaats van de gever, zijnde een natuurlijke persoon of een uiteindelijk belanghebbende, achterwege, indien dit naar het oordeel van Onze Minister gelet op het belang van de veiligheid van die persoon of belanghebbende is aangewezen. Artikel 25, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. Persoonsgegevens die in het overzicht voorkomen, worden door Onze Minister maximaal tien jaar bewaard.
Artikel II van Stb. 2022/412 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
§ 4
Artikel 30
Artikel 30
Onderdeel van Wet financiering politieke partijen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023