Naar hoofdinhoud

Artikel III

Boetebepaling

Onderdeel van Regeling bekendmaking boetetoemeting aangaande bepaalde mededingings- beperkende activiteiten in de installatie-deelsector· Mededingingsrecht

Deze tekst geldt sinds 22 april 2005

16. Voor een onderneming waarvan wordt vastgesteld dat zij met betrekking tot activiteiten binnen de installatie- deelsector artikel 6 Mw en/of artikel 81 EG-Verdrag heeft overtreden, hanteert de d-g NMa als grondslag voor de boetebepaling de Aanbestedingsomzet 2001 (hierna: Boetegrondslag). 17. Ten aanzien van een onderneming die heeft deelgenomen aan een overtreding van artikel 6 Mw en artikel 81 EG-Verdrag door middel van een systeem van vooroverleg met als gemeenschappelijk doel het onderling verdelen van werken en het afstemmen van inschrijfgedrag voorafgaande aan de inschrijving op de aanbesteding van installatiewerken in Nederland, zoals nader omschreven in het rapport met nummer 3150, wordt de boete bepaald op maximaal 12% van de Boetegrondslag. 18. De d-g NMa beoordeelt de hoogte van de boete(s), zoals deze voor een onderneming uit de voorgaande randnummers voortvloeit, vanuit het oogpunt van de gewenste preventieve werking. De d-g NMa is van oordeel dat deze werking met toepassing van de methodiek zoals uiteengezet in de voorgaande randnummers, in het algemeen wordt bereikt. De hoogte van de boete(s) kan evenwel in een concreet geval worden aangepast indien de d-g NMa dit in verband met bedoelde werking passend acht.

Rechtspraak bij dit artikel