Sinds 19 mei 2004 is het wettelijk verbod op het verzenden van spam zoals bepaald in artikel 11.7 Tw, van kracht. Het CBP en de OPTA zijn voornemens algemene samenwerkingsafspraken te maken en deze vast te leggen in een samenwerkingsprotocol. Voorliggende werkafspraken op het terrein van de spambestrijding zullen te zijner tijd onderdeel vormen van het samenwerkingsprotocol. Er bestaat geen formeel wettelijke verplichting voor beide instanties om tot een dergelijk samenwerkingsverband te komen. Toch achten beide colleges het wenselijk om, gezien de verbanden die er bestaan tussen hun taken, te komen tot dergelijke afspraken. Deze taken hangen immers met elkaar samen. In het algemeen maar ook in concrete zaken, kunnen beide colleges profiteren van de wederzijdse kennis en ervaring en het afbakenen en verduidelijken van elkaars bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
Met deze afspraken scheppen het CBP en de OPTA een kader voor samenwerking, zodat dit niet langer op ad hoc basis behoeft plaats te vinden. Daarnaast geven de afspraken een duidelijk beeld aan de buitenwereld van hoe deze samenwerking verloopt.
Het CBP en de OPTA voorzien op dit moment nog niet in afspraken over de wijze van samenwerking bij het uitoefenen van gezamenlijk toezicht op artikel 11.7 lid 4 Tw. Voortschrijdende ontwikkelingen kunnen hier op termijn wel aanleiding toe geven.
Artikel 2
Inleiding
Onderdeel van Werkafspraken OPTA/CBP uitoefening toezicht artikel 11.7 lid 1, lid 2 en lid 3 Telecommunicatiewet· Mededingingsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2004