In artikel 27, paragraaf 2, van het Nederlands-Belgische belastingverdrag van 5 juni 2001 (Trb. 2001, 136) is de bijzondere compensatieregeling opgenomen. Deze compensatieregeling is van toepassing op inwoners van Nederland die op 31 december 2002 in België werkzaam waren als grensarbeider in de zin van artikel 15, paragraaf 3, van het belastingverdrag van 19 oktober 1970 (Trb. 1970, 192). De bijzondere compensatieregeling eindigt als overgangsregeling zodra de netto inkomensachteruitgang als omschreven in paragraaf 3 van artikel 27 in enig jaar nihil bedraagt of als de grensarbeider van dienstbetrekking verandert.
Zowel in de kabinetsreactie op aanbeveling 11 van het rapport van de (eerste) Commissie grensarbeiders van 21 mei 2001 als in de kabinetsreactie op aanbeveling 12 van het rapport van de (tweede) Commissie grensarbeiders van 29 april 2008 is geconcludeerd dat doel en strekking van de bijzondere compensatieregeling meebrengen dat deze regeling voortgezet of wederom toepassing moet kunnen (blijven) vinden in een aantal specifiek omschreven situaties. Dit besluit vormt de uitwerking van die kabinetsstandpunten en van mijn brief van 15 mei 2009, nr. BCPP2009/890, (Kamerstukken II, 26 834, nr. 24) over de tijdelijke uitbreiding van de termijn van zes maanden naar twaalf maanden.
Ik keur goed dat in de volgende situaties de bijzondere compensatieregeling kan worden voortgezet of weer toepassing kan vinden:
ingeval de dienstbetrekking van de grensarbeider, of althans zijn daaraan ten grondslag liggende arbeidsovereenkomst, wijzigt als gevolg van een bedrijfsovername, fusie, reorganisatie, splitsing of soortgelijke transactie;
ingeval de grensarbeider binnen een termijn van ten hoogste zes maanden in de Belgische grensstreek aansluitend een nieuwe dienstbetrekking aanvaardt na onvrijwillig en volledig ontslag;
ingeval de grensarbeider in België zijn dienstbetrekking hervat na voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden vanwege zijn werkgever in een ander land gedetacheerd te zijn geweest;
ingeval de bijzondere compensatie als gevolg van deelname aan de Belgische regeling inzake loopbaanonderbreking incidenteel op nihil uitkomt;
ingeval de bijzondere compensatie als gevolg van eenmalige en incidentele hoge aftrekposten (bijv. afkoopsom alimentatie of financieringskosten bij aankoop eigen woning) op nihil uitkomt, mits de aftrekpost niet effectief bij de fiscale partner van de grensarbeider kan worden vergolden.
Met betrekking tot de termijn van zes maanden zoals genoemd in onderdeel ii) keur ik goed dat deze vanwege de huidige economische situatie tijdelijk wordt uitgebreid tot twaalf maanden. Deze tijdelijke uitbreiding tot twaalf maanden geldt voor grensarbeiders die in de periode 1 september 2008 tot en met 31 december 2013 onvrijwillig en volledig werkloos zijn geworden. Voor grensarbeiders die in de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2014 werkloos zijn geworden, geldt in dit kader 31 december 2014 als uiterste termijn om een nieuwe dienstbetrekking te aanvaarden. Voor het einde van de tijdelijke uitbreiding van de termijn zal opnieuw worden getoetst of tot verlenging besloten wordt.
Artikel 1
Algemeen
Onderdeel van Belastingverdragen, compensatieregeling in het belastingverdrag met België, grensarbeiders· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 29 maart 2013