Naar hoofdinhoud
In dit besluit behandel ik mijn beleid voor de erfbelasting bij verwerping van een nalatenschap, ongelukkige redactie testament, vergeten testament en informele wil. Voor de heffing van de erfbelasting wordt aangesloten bij het erfrecht (artikel 1, eerste lid, onder 1°, van de Successiewet). Bij een testament kan worden afgeweken van het wettelijk erfrecht. Het erfrecht zelf kent een bepaling over de uitleg van testamenten (artikel 4:46 van het BW). De uitleg van de begrippen uit het erfrecht die van belang zijn voor de erfbelasting zal doorgaans via civielrechtelijke rechtspraak plaatsvinden. Hierbij is van belang dat door een verwerping van een nalatenschap er niet minder erfbelasting wordt geheven (artikel 30 van de Successiewet). In de praktijk kan discussie ontstaan over de toepassing van artikel 30 van de Successiewet als de erflater zijn wil onjuist heeft weergegeven in zijn testament. Ook kan de erflater de civielrechtelijke verdeling van zijn nalatenschap klaarblijkelijk niet hebben bedoeld. Het beleid voor de toepassing van artikel 30 van de Successiewet is opgenomen in de onderdelen 2 tot en met 6. Een erflater kan op niet-rechtsgeldige wijze uitkeringen uit zijn nalatenschap hebben toegezegd of wensen kenbaar hebben gemaakt voor de bestemming van zijn nalatenschap (de zogenoemde informele wil). Het beleid bij de uitvoering van een informele wil is opgenomen in onderdeel 7. Ter aanvulling op de bestaande goedkeuring voor de schenkbelasting, is een nieuwe goedkeuring opgenomen voor de overdrachtsbelasting. De goedkeuring werkt terug tot en met 1 januari 2010. Tot slot zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht waarmee geen inhoudelijke wijziging is beoogd. De goedkeuringen in dit besluit zijn verleend met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule). De goedkeuring voor de overdrachtsbelasting is verleend voor een situatie waarin volgens de wettelijke bepalingen overdrachtsbelasting verschuldigd is. Door deze wettelijke verschuldigdheid kan de verkrijger bij een volgende overdracht van de verkregen onroerende zaken, onder omstandigheden, formeel gezien aanspraak maken op een vermindering van overdrachtsbelasting op grond van artikel 9, vierde lid, of artikel 13 van de WBR. Voor zover een toekomstige verkrijger een beroep doet op één van de genoemde bepalingen, vervalt de verleende goedkeuring. Successiewet:Successiewet 1956 BW: Burgerlijk Wetboek Verwerping van de nalatenschap: Verwerping van een erfenis of legaat of afstand doen van rechten in verband met een verkrijging voor de erfbelasting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel