Naar hoofdinhoud
Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 12, kunnen in ieder geval worden aangemerkt: De commune delicten: omkoping van of dwanguitoefening op een ambtenaar, bestuurder of beëdigd beambte (177, 179, 183 eerste lid, WvSr); omkoping van een rechter (178 WvSr); valsheid in geschrifte (225-227, 230 WvSr); afpersing (317 WvSr) en afdreiging (318 WvSr); oplichting (326 WvSr) en betalingsbedrog (326a WvSr); verzekeringsoplichting (328a WvSr); oneerlijke mededinging door misleiding (328bis WvSr); bankbreuk (340 WvSr) en bedrieglijke bankbreuk (341 WvSr); computervredebreuk (350b WvSr) of de medeplichtigheid aan of poging tot het begaan van onder a tot en met i genoemde strafbare feiten. De delicten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen: het opzettelijk of met grove schuld ontduiken van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting, Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikelen 67, onder e, Awr); het opzettelijk of met grove schuld niet of niet tijdig betalen van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting, Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikelen 67, onder f, Awr).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel