Deze beleidsregel heeft betrekking op:
de strafbare feiten die de NIWO relevant acht voor het begrip ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en b, van de Wet Bibob en voor een aanwijzing of vermoeden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet Bibob;
de belangen die in de afweging van een besluit inzake een vergunning kunnen worden meegewogen, anders dan de aanwezigheid van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en b, van de Wet Bibob of van een aanwijzing of een vermoeden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet Bibob;
de feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot aanvraag van een advies van Bureau Bibob als bedoeld in artikel 7, derde lid en artikel 12, derde lid, van de Wet goederenvervoer over de weg.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Beleidsregel van de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) toetsing vergunningen beroepsgoederenvervoer over de weg aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob)· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 18 april 2004