Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Richtsnoeren Identificatie en verificatie van persoonsgegevens· Privacy

Deze tekst geldt sinds 12 juli 2012

Veel bedrijven en organisaties in de private sector willen de identiteit van bijvoorbeeld een klant of relatie kunnen vaststellen. Enerzijds omdat deze vaststelling nodig is om een besteld product te leveren of een verlangde dienst te kunnen verlenen. Anderzijds om zich tot op zekere hoogte te beschermen tegen bedrijfseconomische schade als gevolg van fraude en andere vormen van criminaliteit. In toenemende mate vragen bedrijven en organisaties daarom aan burgers zich te legitimeren (ook wel: identificeren) met een officieel identiteitsdocument, zoals een paspoort of rijbewijs.1 In artikel 1 van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht (WUID) zijn het paspoort, de nationale identiteitskaart, het rijbewijs en het vreemdelingendocument aangewezen als officiële identiteitsdocumenten. In aanvulling daarop wordt regelmatig ook om een ander, aanvullend identificerend document gevraagd, zoals een recent bankafschrift voor het uitvoeren van een adrescontrole. Naar hun aard, bevatten dergelijke documenten diverse persoonsgegevens. Het verzamelen en verder gebruiken van deze gegevens (‘verwerken’) is aan regels gebonden. Deze staan in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt toezicht op de naleving van de Wbp. Alertheid is geboden bij het toenemend kopiëren, scannen en uitlezen2 In 2004 oordeelde de Raad van State dat het uitlezen van een simkaart vergelijkbaar is met het kopiëren van papieren, documenten en bescheiden (ABRvS 6 mei 2004, nr. 200401455, JV 2004/263). De Belgische Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer beschouwt het uitlezen van een identiteitsdocument als een verwerking van persoonsgegevens die alleen mag plaatsvinden wanneer dat noodzakelijk is (Aanbeveling 03/2011 van 25 mei 2011). van identiteitsdocumenten. Dit verschijnsel staat ook wel bekend als ‘kopietje paspoort’. Het onnodig en bovenmatig kopiëren of scannen van deze documenten is niet zonder risico. Door op grote schaal persoonsgegevens te verzamelen neemt het risico van identiteitsfraude toe. Verkeerd gebruik kan ook leiden tot een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer die in bestuursrechtelijke of civiele zin verwijtbaar is. Deze richtsnoeren geven aan welke regels de wet stelt aan het overnemen van persoonsgegevens of het kopiëren, scannen of uitlezen van identiteitsdocumenten. Deze richtsnoeren dienen tevens als uitgangspunt voor het CBP bij het toepassen van handhavende maatregelen. ‘Rechterlijke uitspraken kunnen naast wetswijzigingen, technische ontwikkelingen en praktijkervaringen aanleiding geven tot aanvulling of herziening van deze richtsnoeren. Deze richtsnoeren treden in werking met ingang van 12 juli 2012, zijnde de datum van publicatie in de Staatscourant.’

Rechtspraak bij dit artikel