**1.** De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat verleent mandaat voor de nautische rijkstaken en bevoegdheden genoemd in artikel 3 aan de directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, voor zover deze worden uitgeoefend in het Noordzeekanaalgebied zoals genoemd in artikel 2 van dit besluit.
**2.** De mandatering laat onverlet dat de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat bevoegd blijft zelf te beslissen in de hieronder genoemde nautische aangelegenheden.
**3.** Aan de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat blijft voorbehouden het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de in artikel 3 genoemde bevoegdheden.
**4.** Onder ‘directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied’ wordt tevens verstaan diens plaatsvervanger, voor zover deze als (onbezoldigd) rijksambtenaar van Rijkswaterstaat is aangesteld.
Artikel 1
Mandaatverlening
Onderdeel van Besluit mandaat nautische rijkstaken Noordzeekanaalgebied 2013· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2013