Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer wordt beschouwd als een essentiële voorwaarde voor een menswaardig bestaan en als een van de grondslagen van onze rechtsorde. Eenieder heeft recht op bescherming tegen de ongebreidelde vergaring, bewerking en verspreiding van zijn persoonsgegevens.
Op internet worden op heel veel manieren persoonsgegevens gepubliceerd. Internet maakt het door zijn aard zeer laagdrempelig om persoonsgegevens te publiceren: via een website, in een discussieforum of in een online dagboek. Mensen kunnen gegevens over zichzelf publiceren of over anderen. Publicaties op internet zijn over het algemeen wereldwijd 24 uur per dag toegankelijk voor een potentieel zeer omvangrijk en divers publiek. Voor mensen van wie de persoonsgegevens op internet staan, kunnen de consequenties groot zijn, bijvoorbeeld als het gaat om onbewezen verdenkingen of intieme details uit het persoonlijke leven. Zelfs als de gegevens op zichzelf juist zijn, kan door de publicatie op internet een onvolledig beeld ontstaan van een persoon, met een negatieve beoordeling tot gevolg.
Daarom stelt de wet grenzen aan de toelaatbaarheid van de publicatie van persoonsgegevens op internet.
Hoofdregel van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) is dat iedereen die persoonsgegevens publiceert zélf verantwoordelijk is voor de naleving van de wet. Particulieren, ondernemingen, organisaties en instellingen die voornemens zijn gegevens over personen op internet te publiceren, dienen dus zelf voorafgaand aan de publicatie te beoordelen of dat wel is toegestaan, en zo ja, aan welke voorwaarden zij daarbij moeten voldoen.
Met deze richtsnoeren wil het College bescherming persoonsgegevens (hierna: CBP) het eenvoudiger maken dat te beoordelen. Dat is in het belang van degenen die op internet publiceren en in het belang van de mensen over wie (mogelijk) gegevens worden gepubliceerd.
Deze richtsnoeren behandelen de hoofdlijnen van de beoordeling van een publicatie van persoonsgegevens op internet, onder de geldende privacywetgeving en jurisprudentie.1Het juridisch kader bestaat voornamelijk uit de Wet bescherming persoonsgegevens (Wet van 6 juli 2000, Stb. 302), jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), het Europees Hof van Justitie (HvJEG) en relevante interpretaties van de Artikel 29-werkgroep, het samenwerkingsverband van toezichthouders op het gebied van bescherming van persoonsgegevens in de Europese Unie (EU). Waar relevant komt ook algemene Nederlandse jurisprudentie aan de orde, evenals uitspraken van het CBP zelf. De richtsnoeren richten zich primair op het World Wide Web.
Publicaties kunnen ook uit anderen hoofde dan privacybescherming onrechtmatig zijn, bijvoorbeeld omdat ze in strijd zijn met de Auteurswet. De handvatten in deze richtsnoeren zijn beperkt tot de toelaatbaarheid van de publicatie onder de geldende privacywetgeving. In deze richtsnoeren wordt dus niet ingegaan op de rechtmatigheid van de publicatie op grond van andere wetgeving.
De richtsnoeren behandelen veel van de belangrijkste regels op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens maar bevatten geen uitputtende beschrijving van alle bestaande wettelijke bepalingen en jurisprudentie. De voorbeelden die in deze richtsnoeren zijn opgenomen, dienen alleen ter illustratie van de manier waarop het CBP een specifieke bepaling uit de Wbp toepast bij de beoordeling van een publicatie. Publicatievormen die niet bij wijze van voorbeeld in deze richtsnoeren zijn opgenomen, kunnen toch in strijd zijn met de Wbp.
Bij de beoordeling van een publicatie die vergelijkbaar is met een voorbeeld kunnen ook andere dan de besproken Wbp-bepalingen een rol spelen. Ook indien een concreet soort publicatie veel lijkt op een voorbeeld, dient men erop bedacht te zijn dat de definitieve beoordeling alleen gemaakt kan worden met inachtneming van alle omstandigheden van het individuele geval en dat de beoordeling daarom anders kan uitpakken.
Rechterlijke uitspraken kunnen naast wetswijzigingen, technische ontwikkelingen en praktijkervaringen aanleiding vormen tot aanvulling of herziening.
Deze richtsnoeren treden in werking met ingang van 11 december 2007, zijnde de datum van publicatie in de Staatscourant.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet· Privacy
Deze tekst geldt sinds 11 december 2007