Naar hoofdinhoud

Artikel VI

Handhaving en de rol van het CBP

Onderdeel van Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet· Privacy

Deze tekst geldt sinds 11 december 2007

Verantwoordelijken die in strijd handelen met het bepaalde in de Wbp kunnen op verschillende manieren in rechte worden aangesproken, zowel civielrechtelijk, bestuursrechtelijk als strafrechtelijk. Betrokkenen hebben een aantal mogelijkheden om zelf hun recht te halen, zowel op grond van de Wbp, als op grond van het algemene bestuursrecht en op grond van het civiel recht. Daarnaast heeft het CBP als toezichthouder een aantal bestuursrechtelijke mogelijkheden om te handhaven op het bepaalde in de Wbp. Een betrokkene die meent dat zijn persoonsgegevens onrechtmatig worden gepubliceerd op internet, kan actie ondernemen door het recht uit te oefenen op inzage, correctie, verwijdering en verzet (zie hoofdstuk 3 van deze richtsnoeren). Het CBP publiceert gelijktijdig met deze richtsnoeren op www.mijnprivacy.nl concrete hulpmiddelen voor betrokkenen, in de vorm van voorbeeldbrieven aan verantwoordelijken en gerichte vragen en antwoorden over verschillende soorten internetpublicaties. Als de verantwoordelijke niet reageert of weigert om aan een verzoek te voldoen, kan een betrokkene naar de rechter gaan met een beroep op de rechtsbescherming die de Wbp biedt. Een betrokkene kan daarnaast op basis van het gewone recht een vordering indienen, bijvoorbeeld op grond van een onrechtmatige daad, of aangifte doen van bijvoorbeeld smaad. Als een verantwoordelijke zich niet houdt aan het bepaalde in de Wbp, kan een betrokkene de rechter vragen om hem een schadevergoeding toe te kennen (artikel 49 Wbp) of om een verbod op te leggen op het verder verwerken van bepaalde persoonsgegevens (artikel 50 Wbp). De Wbp biedt betrokkenen daarnaast in een aantal specifieke gevallen (onder andere bij weigering van inzage in persoonsgegevens en bij weigering van een verzoek tot verbetering, aanvulling of verwijdering van gegevens) de laagdrempelige mogelijkheid een verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank, mits de verantwoordelijke een bedrijf of een burger is. Als de verantwoordelijke echter een bestuursorgaan is, zijn de bezwaar- en beroepsregels uit de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Publicaties die in strijd zijn met een of meer bepalingen uit de Wbp zijn mogelijk ook onrechtmatig op andere gronden. Een betrokkene heeft in dergelijke gevallen, naast de mogelijkheden van de Wbp, nog een aantal andere mogelijkheden om zijn recht te halen. Een betrokkene kan een verantwoordelijke bijvoorbeeld voor de rechter dagen op grond van een onrechtmatige daad (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek). Via een dergelijke civiele procedure kan een betrokkene staking van de publicatie vorderen, evenals verwijdering van gegevens, vergoeding van materiële en immateriële schade en vergoeding van proceskosten. De betrokkene kan de rechter vragen om aan de veroordeling een dwangsom te verbinden. Ook kan sprake zijn van overtredingen van andere specifieke wetgeving, zoals auteursrecht, portretrecht en databankenrecht. Een ander risico voor een verantwoordelijke die onzorgvuldig omgaat met persoonsgegevens is dat een betrokkene aangifte doet wegens smaad, laster of andere strafbare uitingen zoals racistische uitingen, opruiing en uitingen die in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden. Het CBP heeft de wettelijke taak om toe te zien op de naleving van de Wbp (artikel 51 Wbp). Daartoe heeft het CBP een aantal middelen, variërend van bemiddeling tot het opleggen van een last onder dwangsom. Het CBP kan bemiddelen bij geschillen over onder andere het verkrijgen van inzage in persoonsgegevens en het verbeteren, aanvullen, verwijderen of afschermen van persoonsgegevens (artikel 47 Wbp). Ook kan het CBP op grond van een klacht van een belanghebbende of op eigen initiatief een onderzoek instellen naar de naleving van de Wbp (artikel 60 Wbp). Daarbij kan het CBP zijn toezichthoudende bevoegdheden inzetten108Voor al zijn toezichthoudende activiteiten, niet alleen bij ambtshalve onderzoeken., waarbij een verantwoordelijke verplicht is alle gevraagde medewerking te verlenen. Het CBP kan inlichtingen vorderen, inzage vorderen in zakelijke gegevens, zaken en middelen onderzoeken (waaronder computerapparatuur) en mag ruimtes betreden, waaronder ook woningen109Artikel 61 tweede lid Wbp jo. artikel 5:15 Awb. Het aantal aangedragen zaken en de complexiteit daarvan neemt echter voortdurend toe, terwijl de middelen die het CBP ter beschikking staan begrensd zijn. Het CBP kan derhalve niet alle zaken die worden aangebracht in behandeling nemen en moet keuzes maken. Bij klachten gebeurt dit aan de hand van criteria zoals de ernst van de overtreding, de mate van concreetheid van de aanwijzingen, een inschatting van de juridische haalbaarheid en de door het CBP te investeren capaciteit en menskracht, maar vooral ook de verwachting over de potentiële preventieve werking die van handhaving in een specifiek geval zal uitgaan.110Zie ook Uitgangspunten en beleidsregels werkwijze CBP, Staatscourant, 4 oktober 2004, nr. 190. Indien de Wbp niet wordt nageleefd kan het CBP bestuursdwang toepassen. Onder bestuursdwang wordt verstaan het met feitelijk handelen optreden door een bestuursorgaan tegen een illegale situatie, doorgaans op kosten van de overtreder. Ook kan het CBP een last onder dwangsom opleggen. Een last onder dwangsom kan bijvoorbeeld inhouden dat een verantwoordelijke een gegevensverwerking moet aanpassen of staken op straffe van een dwangsom van een bepaald bedrag per dag. Als de verantwoordelijke niet voldoet aan de last, kan het te betalen geldbedrag fors oplopen, tot een vooraf vastgesteld maximumbedrag. Een verantwoordelijke riskeert ten slotte ook nog strafrechtelijke sancties, onder meer voor overtreding van de meldingsplicht (artikel 27 en 28 jo. 75 Wbp). Het CBP werkt bij onderzoek naar overtredingen van de Wbp op internet samen met collega-toezichthouders uit andere landen binnen en buiten de EU. De toezichthouders binnen de Europese Unie zijn wettelijk verplicht om elkaar desgevraagd bijstand en medewerking te verlenen, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van onderzoeken naar publicaties op internet die door hen worden behandeld. Op internet worden op heel veel manieren persoonsgegevens gepubliceerd, door overheidsinstellingen, door bedrijven, door journalisten of door particulieren. Publicaties op internet zijn over het algemeen wereldwijd, 24 uur per dag, toegankelijk voor een potentieel zeer omvangrijk en divers publiek. Het voordeel van deze grote toegankelijkheid heeft als keerzijde dat mensen van wie persoonsgegevens op internet staan, de betrokkenen, grote nadelen kunnen ondervinden van onjuiste, onvolledige of onnodige publicatie van hun persoonsgegevens. Op internet moeten persoonsgegevens op dezelfde zorgvuldige wijze worden verwerkt als in de offlinewereld. Deze publicatie van het College bescherming persoonsgegevens verschaft duidelijkheid over het toepassen van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) in een internetomgeving. In het kort dienen degenen die persoonsgegevens op internet (willen) publiceren, de verantwoordelijken, zich te houden aan de volgende regels. Stel vast of de publicatie een legitiem doeleinde dient en of dat doel verenigbaar is met het doel waarvoor de gegevens oorspronkelijk zijn verkregen. Beschik over een rechtvaardigingsgrond voor publicatie. De belangrijkste rechtvaardiging voor publicatie is toestemming van de betrokkenen. Als het verkrijgen van die toestemming niet mogelijk is, dienen verantwoordelijken te kunnen onderbouwen dat publicatie is toegestaan op grond van een van de vijf andere rechtvaardigingsgronden. Dit zijn: de uitvoering van een overeenkomst, het nakomen van een wettelijke verplichting, het vrijwaren van een vitaal belang van de betrokkene, het goed kunnen vervullen van een publiekrechtelijke taak, of het behartigen van het gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke. Bij deze vijf rechtvaardigingsgronden moet telkens de noodzaak worden vastgesteld om de gekozen persoonsgegevens op internet te publiceren. Publiceer geen bijzondere persoonsgegevens. Bijzondere persoonsgegevens zijn gegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, lidmaatschap van een vakvereniging, strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over onrechtmatig of hinderlijk gedrag. Publicatie van bijzondere persoonsgegevens op internet is alleen toegestaan als de betrokkene er uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven of de gegevens bewust zelf openbaar heeft gemaakt. Leef de informatieplicht na. Verantwoordelijken dienen betrokkenen actief te informeren over het doel en de opzet van de publicatie. Vermeld duidelijk uw eigen identiteit, toegankelijk voor iedere bezoeker van de publicatie. Zorg ervoor dat u persoonsgegevens niet langer bewaart en ter beschikking stelt dan strikt noodzakelijk. Waarborg actief de kwaliteit en juistheid van de gepubliceerde persoonsgegevens. Tref beveiligingsmaatregelen tegen onbevoegd gebruik. Onder die maatregelen vallen onder meer dataminimalisatie, het afschermen van persoonsgegevens voor zoekmachines, doelgroepafbakening en het beveiligen van het gegevenstransport. Verwijder gegevens als de betrokkene zijn toestemming voor publicatie intrekt. Voldoe tevens aan verzoeken van betrokkenen tot inzage en aan verzoeken tot verwijdering, verbetering, aanvulling of afscherming van persoonsgegevens als die feitelijk onjuist zijn, voor het doeleinde onvolledig of niet ter zake dienend, dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Verwijder onrechtmatig gepubliceerde persoonsgegevens. Dit speelt vooral bij publicaties met een reactiemogelijkheid voor bezoekers. Op deze regels voor verantwoordelijken zijn enkele uitzonderingen. De eerste betreft het gebruik van persoonsgegevens voor uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden. De Wbp is daarop niet van toepassing. Wie van deze uitzondering gebruik wil maken, dient wel zodanige beveiligingsmaatregelen te treffen dat de persoonsgegevens alleen toegankelijk zijn voor een kenbare groep familieleden, huisgenoten of vrienden. De Wbp kent specifieke regels voor publicaties met een historisch, statistisch of wetenschappelijk doeleinde. Wie op deze grond persoonsgegevens op internet wil publiceren, dient de toegang eveneens strikt af te bakenen. Er gelden bovendien nog striktere eisen ten aanzien van bijzondere persoonsgegevens. Op de publicatie van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden is de Wbp slechts beperkt van toepassing. De Wbp kent een verbod op doorgifte van persoonsgegevens naar landen buiten de EU waarvoor geen passend beschermingsniveau is vastgesteld. Conform het Lindqvistarrest van het Europees Hof van Justitie is dit verbod niet van toepassing op publicaties op internet. Het feit dat publicaties op internet toegankelijk zijn in allerlei derde landen, wordt niet als ‘doorgifte’ beschouwd. De regels zijn alleen van toepassing op verantwoordelijken die doelbewust persoonsgegevens doorgeven naar een of meerdere derde landen, bijvoorbeeld door middel van een internationaal intranet. Verantwoordelijken die zich niet houden aan de Wbp, kunnen door betrokkenen in rechte worden aangesproken, zowel op grond van de Wbp als op grond van het bestuursrecht en het civiele recht. Daarnaast kunnen zij in aanraking komen met de toezichthoudende bevoegdheden van het College bescherming persoonsgegevens, variërend van bemiddeling tot het instellen van een ambtshalve onderzoek en het opleggen van een dwangsom.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel