Gerekend over een kalenderjaar bedraagt de afdracht tenminste 50% van de nominale waarde van de verkochte deelnemingsbewijzen.
Per kalenderjaar komt ten hoogste 10% van de afdracht ten goede aan instellingen werkzaam op een of meer terreinen genoemd in bepaling C.7, waarbij als tegenprestatie hiervoor de desbetreffende instellingen roerende zaken ter beschikking stellen die door de vergunninghouder als prijs kunnen worden uitgekeerd bij het vergunde kansspel.
De vergunninghouder mag uitsluitend de kosten maken die rechtstreeks verband houden met het organiseren van het kansspel waarvoor deze vergunning is verleend en die gerekend kunnen worden tot de normale bedrijfskosten. Teneinde deze kosten te beperken is de vergunninghouder verplicht de onder de vergunning georganiseerde loterijen op doelmatige en doeltreffende wijze te exploiteren.
De vergunninghouder is verplicht eventuele provisie aan een tussenpersoon bij de lotverkoop te beperken tot ten hoogste 10% van de nominale waarde van de door die tussenpersoon verkochte loten.
De vergunninghouder mag een reservering vormen ten behoeve van de continuïteit van de exploitatie van het kansspel waarvoor deze vergunning is verleend. De omvang van deze reservering mag aan het einde van een kalenderjaar, ongeacht de periode waarin deze is opgebouwd, ten hoogste 2,5% bedragen van de nominale waarde van de in dat kalenderjaar verkochte loten. De kansspelautoriteit kan op verzoek van de vergunninghouder de omvang van de reservering op een ander percentage bepalen.
De vergunninghouder is verplicht de afdracht uiterlijk drie maanden na afloop van elk kalenderjaar te doen plaatsvinden.
De vergunninghouder mag de afdracht uitsluitend gebruiken voor de realisatie van doeleinden van algemeen belang op de volgende terreinen:
ontwikkelingssamenwerking;
mensenrechten;
natuur en milieu;
humanitaire hulpverlening;
maatschappelijk, sociaal en cultureel werk, of
volksgezondheid.
De vergunninghouder mag uitsluitend afdragen aan instellingen werkzaam op een of meer van de terreinen genoemd in punt C.7 in de vorm van structurele of incidentele uitkeringen, overeenkomstig het bepaalde in het financieel reglement van de vergunninghouder.
De vergunninghouder is verplicht een afzonderlijke, overzichtelijke en doelmatige administratie te voeren van het kansspel waarvoor deze vergunning is verleend.
De vergunninghouder mag aan zijn afdrachten niet de voorwaarde verbinden dat de begunstigde instellingen wervings- of reclameactiviteiten ontplooien voor de vergunninghouder.
Artikel C
Afdracht ten behoeve van het algemeen belang
Onderdeel van Vergunning Nationale Postcode Loterij 2013/2014· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 2 januari 2013