Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Het besluit

Onderdeel van Besluit toerekeningssysteem postvervoer· Mededingingsrecht

Deze tekst geldt sinds 4 januari 2001

27. Het college keurt, met inachtneming van de onderstaande voorschriften, TPG’s toerekeningssysteem van 17 november 2000 goed tot en met uiterlijk 31 december 2003. De goedkeuring is aan een bepaalde termijn gebonden om een moment zeker te stellen waarop zal worden nagegaan of het toerekeningssysteem nog aan de dan actuele omstandigheden voldoet. Het college behoudt zich het recht voor om het toerekeningssysteem tussentijds (in de periode 2001 tot en met 2003) te doen wijzigen indien omstandigheden daartoe aanleiding geven. Dit zou bijvoorbeeld kunnen zijn door aanpassing aan de wettelijke voorschriften of door ervaring bij de toepassing van het toerekeningssysteem. Het in het onderhavige besluit goedgekeurde toerekeningssysteem dient, met inachtneming van de onderstaande voorschriften, met ingang van het kalenderjaar 2001 te worden toegepast. Met betrekking tot het toerekeningssysteem geeft het college de volgende voorschriften: Het college zal jaarlijks, door middel van geselecteerde gevallen (deelwaarnemingen genoemd), de werking en toepassing van het toerekeningssysteem beoordelen. Het college zal de werkzaamheden van de door het college aangewezen accountant door middel van een ‘peer review’ laten beoordelen door een tweede accountant, indien de door het college aangewezen accountant tevens werkzaamheden verricht voor de TPG-groep. TPG moet jaarlijks het rendement dat behaald is uit de opdracht rapporteren. Als kengetal moet het rendement waarbij het resultaat wordt gerelateerd aan de opbrengsten worden gehanteerd. Daarnaast moet informatie worden verstrekt over het resultaat behaald uit het voorbehouden postvervoer en het overig opgedragen postvervoer, waarbij het resultaat moet worden gerelateerd aan het in het voorbehouden postvervoer en het overig opgedragen postvervoer werkzame vermogen. De verplichting tot het rapporteren van het rendement is reeds in onderdeel 7.3 Barp opgenomen. TPG moet binnen twee maanden na de datum van het goedkeuringsbesluit de onderstaande wijzigingen doorvoeren in de beschrijving van het toerekeningssysteem: Indien TPG bedrijfsmiddelen die gemeenschappelijk worden gebruikt volledig toerekent aan de opgedragen dienstverlening, moet in de toerekening van kosten aan de vrije dienstverlening ook een marktconform percentage worden opgenomen als winstopslag als vergoeding van de vermogenskosten van het eigen vermogen. In de beschrijving van het toerekeningssysteem moet een overzicht worden opgenomen van productiefactoren die primair worden toegerekend aan de opgedragen dienstverlening. TPG moet bij de invulling van het principe van de ABC-methode aangeven welke kostendrijvers worden gebruikt en hoe de kostenverdeelsleutels, die voor de toerekening aan de voorbehouden, overige opgedragen diensten en vrije diensten van belang zijn, worden bepaald. TPG moet een systeem ontwikkelen voor de statistische meting van de poststromen ter onderscheiding van voorbehouden, overig opgedragen en vrije diensten. Indien er sprake is van een sfeerovergang geldt, indien de activiteit binnen vijf jaren na de overgang wordt vervreemd, dat de resterende boekwaarde van de bij overgang bepaalde goodwill ten gunste van de opgedragen activiteiten moet worden gebracht. Binnen twee maanden na de datum van het goedkeuringsbesluit dient TPG een vertrouwelijke en een openbare versie van de beschrijving van het toerekeningssysteem aan te leveren, met inachtneming van de onder voorschrift 4 door te voeren aanpassingen. Naast de verklaring van de accountant, bedoeld in de onderdelen 6.2 en 6.3, sub c, van paragraaf 6 en onderdeel 7.5 van paragraaf 7 van het Barp, dient de accountant: bij zijn controle gebruik te maken van de controle-uitgangspunten op te stellen door het college, een rapport van bevindingen over de toepassing van het toerekeningssysteem aan het college aan te bieden.

Rechtspraak bij dit artikel