**1.** De CEA bestaat ingevolge artikel 51, eerste lid, van de Wab uit ten hoogste acht leden waaronder de voorzitter.
**2.** De minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de leden van de CEA overeenkomstig het bepaalde in artikel 51, tweede lid en derde lid, van de Wab.
**3.** De leden van de CEA worden ingevolge artikel 51, tweede lid, van de Wab benoemd voor een periode van vijf jaar. Een lid is eenmaal herbenoembaar.
De CEA voert de bij of krachtens de wet aan haar opgedragen taken uit. Tot de aan de CEA opgedragen taken behoren krachtens de artikelen 49 en 54 van de Wab:
het vaststellen van de eindtermen;
het aanwijzen van opleidingen die geheel of gedeeltelijk voldoen aan de eindtermen, met uitzondering van de eindtermen die betrekking hebben op de praktijkopleiding, voor zover deze opleidingen niet zijn geaccrediteerd;
het toetsen of de praktijkopleidingen voldoen aan de eindtermen; en
het afgeven van een verklaring van vakbekwaamheid aan degene die voldoen aan de daarvoor geldende vereisten.
**1.** De CEA vergadert ten minste driemaal per jaar. De voorzitter stelt de agenda op en roept de vergadering bijeen.
**2.** Ieder lid kan één stem uitbrengen.
**3.** De secretaris woont de vergaderingen bij en geeft desgevraagd advies.
**4.** Alle besluiten worden bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen genomen. Indien bij een stemming over zaken de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd. Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
**5.** De leden van de CEA onthouden zich van stemming over zaken waarbij zij een persoonlijk belang hebben.
**6.** De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van de CEA.
**7.** De vergaderingen van de CEA zijn niet openbaar.
**1.** Een lid van de CEA vervult geen functies die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn lidmaatschap van de CEA of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of het vertrouwen daarin.
**2.** De leden van de CEA maken bij hun benoeming aan de minister en de CEA bekend welke nevenfuncties zij bekleden.
**3.** Het bureau houdt van alle leden van de CEA een register bij waarin hun nevenfuncties zijn vermeld. Deze gegevens worden jaarlijks gemeld in het jaarverslag.
**4.** Alvorens over te gaan tot aanvaarding van een nieuwe nevenfunctie (anders dan uit hoofde van het lidmaatschap van de CEA) legt een lid een voornemen daartoe ter goedkeuring aan de voorzitter van de CEA voor. Indien de voorzitter van oordeel is dat vervulling van de desbetreffende functie onverenigbaar is met het bepaalde in lid 1 zal het lid van de CEA de desbetreffende functie niet aanvaarden. De voorzitter stelt de minister op de hoogte van zijn oordeel.
Artikel 2
De CEA
Onderdeel van Bestuursreglement Commissie eindtermen accountantsopleiding (CEA)· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 14 mei 2013