Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk B › Titel I › Paragraaf I-B

Artikel B.16

Aanvraag tot vrijstelling

Onderdeel van Kaderbesluit CCMS· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2005

1. De aanvraag tot vrijstelling wordt uiterlijk vóór de aanvang van het eerste opleidingsjaar bij de MSRC ingediend. 2. De aanvraag tot vrijstelling kan zowel door de opleider en de aios gezamenlijk, als zelfstandig door de aios bij de MSRC worden ingediend. 3. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval de volgende informatie: naam en adres van de aios en een bewijs van inschrijving in het artsregister als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG; een nauwkeurige omschrijving van de verrichte medische werkzaamheden; de naam van de opleidingsinrichting of de instelling indien er sprake is van klinisch wetenschappelijk onderzoek, en de periode gedurende welke deze werkzaamheden zijn verricht; de namen en de functies van de personen onder wiens leiding en toezicht de werkzaamheden zijn verricht; een schriftelijke beoordeling afgegeven door degene bij wie de werkzaamheden zijn verricht. 1. Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, beslist de MSRC of de aanvraag in beginsel kan leiden tot vrijstelling. De beslissing wordt aan de aios gezonden, in afschrift aan de opleider. 2. Uiterlijk voor het einde van het eerste opleidingsjaar en in het geval bedoeld in artikel B.17., vierde lid, uiterlijk voor het einde van het eerste jaar van de vervolgopleiding, beoordeelt de opleider op basis van ten minste twee voortgangsgesprekken of effectuering van de vrijstelling gerechtvaardigd is. Indien dat oordeel positief uitvalt wordt het opleidingsschema definitief aangepast.

Rechtspraak bij dit artikel