**1.** De opleiding is gericht op het verwerven van door het CCMS vastgestelde algemene competenties en specialismegebonden competenties voor de opleiding in het betreffende medisch specialisme.
**2.** De specialismegebonden competenties zijn vastgelegd in specifieke besluiten.
**3.** De in het eerste lid bedoelde algemene competenties zijn de volgende:
ten aanzien van medisch handelen:
De specialist bezit adequate kennis en vaardigheid naar de stand van het vakgebied;
De specialist past het diagnostisch, therapeutisch en preventief arsenaal van het vakgebied goed en waar mogelijk evidence based toe;
De specialist levert effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg;
De specialist vindt snel de vereiste informatie en past deze goed toe;
ten aanzien van communicatie:
De specialist bouwt effectieve behandelrelaties met patiënten op;
De specialist luistert goed en verkrijgt doelmatig relevante patiëntinformatie;
De specialist bespreekt medische informatie goed met patiënten en desgewenst familie;
De specialist doet adequaat mondeling en schriftelijk verslag over patiëntencasus;
ten aanzien van samenwerking:
De specialist overlegt doelmatig met collegae en andere zorgverleners;
De specialist verwijst adequaat;
De specialist levert effectief intercollegiaal consult;
De specialist draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg;
ten aanzien van kennis en wetenschap:
De specialist beschouwt medische informatie kritisch;
De specialist bevordert de verbreding van en ontwikkelt de wetenschappelijke vakkennis;
De specialist ontwikkelt en onderhoudt een persoonlijk bij- en nascholingsplan;
De specialist bevordert de deskundigheid van studenten, aios, collegae, patiënten en andere betrokkenen bij de gezondheidszorg;
ten aanzien van maatschappelijk handelen:
De specialist kent en herkent de determinanten van ziekte;
De specialist bevordert de gezondheid van patiënten en de gemeenschap als geheel;
De specialist handelt volgens de relevante wettelijke bepalingen;
De specialist treedt adequaat op bij incidenten in de zorg;
ten aanzien van organisatie:
De specialist organiseert het werk naar een balans in patiëntenzorg en persoonlijke ontwikkeling;
De specialist werkt effectief en doelmatig binnen een gezondheidszorgorganisatie;
De specialist besteedt de beschikbare middelen voor de patiëntenzorg verantwoord;
De specialist gebruikt informatietechnologie voor optimale patiëntenzorg, en voor bij- en nascholing;
ten aanzien van professionaliteit:
De specialist levert hoogstaande patiëntenzorg op integere, oprechte en betrokken wijze;
De specialist vertoont adequaat persoonlijk en interpersoonlijk professioneel gedrag;
De specialist kent de grenzen van de eigen competentie en handelt daar binnen;
De specialist oefent de geneeskunde uit naar de gebruikelijke ethische normen van het beroep.
Hoofdstuk B › Titel I › Paragraaf I-A
Artikel B.2
Competenties
Onderdeel van Kaderbesluit CCMS· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2005