Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk B › Titel I › Paragraaf I-A

Artikel B.2

Competenties

Onderdeel van Kaderbesluit CCMS· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2005

1. De opleiding is gericht op het verwerven van door het CCMS vastgestelde algemene competenties en specialismegebonden competenties voor de opleiding in het betreffende medisch specialisme. 2. De specialismegebonden competenties zijn vastgelegd in specifieke besluiten. 3. De in het eerste lid bedoelde algemene competenties zijn de volgende: ten aanzien van medisch handelen: De specialist bezit adequate kennis en vaardigheid naar de stand van het vakgebied; De specialist past het diagnostisch, therapeutisch en preventief arsenaal van het vakgebied goed en waar mogelijk evidence based toe; De specialist levert effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg; De specialist vindt snel de vereiste informatie en past deze goed toe; ten aanzien van communicatie: De specialist bouwt effectieve behandelrelaties met patiënten op; De specialist luistert goed en verkrijgt doelmatig relevante patiëntinformatie; De specialist bespreekt medische informatie goed met patiënten en desgewenst familie; De specialist doet adequaat mondeling en schriftelijk verslag over patiëntencasus; ten aanzien van samenwerking: De specialist overlegt doelmatig met collegae en andere zorgverleners; De specialist verwijst adequaat; De specialist levert effectief intercollegiaal consult; De specialist draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg; ten aanzien van kennis en wetenschap: De specialist beschouwt medische informatie kritisch; De specialist bevordert de verbreding van en ontwikkelt de wetenschappelijke vakkennis; De specialist ontwikkelt en onderhoudt een persoonlijk bij- en nascholingsplan; De specialist bevordert de deskundigheid van studenten, aios, collegae, patiënten en andere betrokkenen bij de gezondheidszorg; ten aanzien van maatschappelijk handelen: De specialist kent en herkent de determinanten van ziekte; De specialist bevordert de gezondheid van patiënten en de gemeenschap als geheel; De specialist handelt volgens de relevante wettelijke bepalingen; De specialist treedt adequaat op bij incidenten in de zorg; ten aanzien van organisatie: De specialist organiseert het werk naar een balans in patiëntenzorg en persoonlijke ontwikkeling; De specialist werkt effectief en doelmatig binnen een gezondheidszorgorganisatie; De specialist besteedt de beschikbare middelen voor de patiëntenzorg verantwoord; De specialist gebruikt informatietechnologie voor optimale patiëntenzorg, en voor bij- en nascholing; ten aanzien van professionaliteit: De specialist levert hoogstaande patiëntenzorg op integere, oprechte en betrokken wijze; De specialist vertoont adequaat persoonlijk en interpersoonlijk professioneel gedrag; De specialist kent de grenzen van de eigen competentie en handelt daar binnen; De specialist oefent de geneeskunde uit naar de gebruikelijke ethische normen van het beroep.

Rechtspraak bij dit artikel