**1.** Een inrichting waar uitsluitend één stage kan worden gevolgd voldoet aan de volgende eisen:
de inrichting heeft één of meer samenwerkingsovereenkomsten genoemd in artikel C.10., eerste lid onder g;
in de inrichting een stageopleider aanwezig is;
naast de stageopleider altijd een medisch specialist van het betreffende specialisme aanwezig is die als waarnemer fungeert bij afwezigheid van de stageopleider;
de duur van de stage bedraagt ten hoogste één jaar;
de inrichting toont aan dat de patiëntenpopulatie specifiek is voor dat gedeelte van de opleiding waarop de stage is gericht
**2.** Voor een stage gelden de volgende verplichtingen:
er is voor de aios voldoende tijd beschikbaar voor theoretische verdieping van het betreffende onderdeel van de opleiding;
de aios moet kunnen profiteren van de bijzondere kennis van de stafleden en van het wetenschappelijk klimaat van de afdeling;
de verplichtingen bedoeld in artikel C.12. zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** De inrichting waar de stage plaatsvindt kan over meerdere locaties verspreid zijn. In dat geval zijn het eerste, tweede lid en artikel C.14. van overeenkomstige toepassing.
**4.** Uit de erkenning blijkt duidelijk voor welke stage en voor welke stageduur de inrichting wordt erkend.
Artikel II van Stcrt. 2006/237 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk C › Titel II › Paragraaf II-E
Artikel C.17
Eisen en verplichtingen voor de erkenning van een opleidinginrichting voor een stage
Onderdeel van Kaderbesluit CCMS· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 6 december 2006