Onze Minister beslist voorts afwijzend op een aanvraag om subsidie voor zover:
door de toepassing van een de-minimis verordening, een bedrag aan de-minimis steun zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van deze verordening;
onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren;
het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn kunnen worden voltooid;
aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;
onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten;
onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten;
de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie;
onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren.
Hoofdstuk 7
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Kaderbesluit BZK-subsidies· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2013