Bij het verzoek tot plaatsing worden ten minste de volgende stukken overgelegd:
de verklaringen, zoals bedoeld in artikel 4, tweede tot en met vierde lid, van de Wbtv;
een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
een document waaruit blijkt dat de tolk of vertaler, voor zover relevant, in Nederland mag verblijven en werken;
een document waaruit blijkt dat de tolk of vertaler de bron- of doeltaal, voor zover toetsbaar, op ten minste C1-niveau beheerst;
Paragraaf
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Besluit Uitwijklijst· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2013