Naar hoofdinhoud

§ 7

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Rechtspositiebesluit politieke gezagdragers BES· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 25 november 2025

1. Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar verstrekt de gezaghebber of de eilandgedeputeerde aan Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie: een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar heeft genoten, dan wel een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij een gedeelte van het kalenderjaar lid van het bestuurscollege is geweest, een evenredig deel daarvan, dan wel een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. 2. Het bestuurscollege vermindert op verzoek van de gezaghebber of eilandgedeputeerde diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee hij verwacht dat zijn bezoldiging verrekend zal worden vanwege zijn neveninkomsten. 3. Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt aan het bestuurscollege het bedrag van de bezoldiging dat teruggevorderd dient te worden mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de gezaghebber of de eilandgedeputeerde. 4. Het bestuurscollege vordert, indien Onze Minister dan wel de door hem aangewezen instantie constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de gezaghebber of de eilandgedeputeerde. 5. Indien de gezaghebber of de eilandgedeputeerde geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister dan wel aan een door Onze Minister aangewezen instantie. De gezaghebber of de eilandgedeputeerde meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken. 6. In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder c, alsmede indien de gezaghebber of de eilandgedeputeerde binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring als bedoeld in het eerste lid heeft ingezonden of niet heeft voldaan aan het vijfde lid, en het bestuurscollege niet uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden, stelt het bestuurscollege de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis. 7. Op verzoek van de gezaghebber of de eilandgedeputeerde kan het bestuurscollege besluiten de verrekening in termijnen te laten plaatsvinden.

Rechtspraak bij dit artikel