**1.** De ingezetene die zijn adres wijzigt doet hiervan schriftelijk aangifte bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.
**2.** Hij doet niet eerder aangifte dan vier weken vóór de beoogde datum van adreswijziging en niet later dan de vijfde dag na de adreswijziging. Hij doet in de aangifte mededeling van de datum van adreswijziging en van de gegevens over het nieuwe en het vorige adres.
**3.** Indien een ingezetene geen woonadres heeft, kiest hij een briefadres. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › § 5
Artikel 2.39
Artikel 2.39
Onderdeel van Wet basisregistratie personen· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 6 januari 2014