De ingezetene brengt alle feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, zo spoedig mogelijk ter kennis aan het college van burgemeester en wethouders. Hij verstrekt aan het college, desgevraagd in persoon, de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie. Op verzoek van het college legt hij van een geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › § 5
Artikel 2.44
Artikel 2.44
Onderdeel van Wet basisregistratie personen· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 29 november 2014