Degene ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders het redelijke vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte als bedoeld in de artikelen 2.38 tot en met 2.43, verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desgevraagd in persoon, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › § 5
Artikel 2.47
Artikel 2.47
Onderdeel van Wet basisregistratie personen· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 29 november 2014