**1.** Onze Minister kan, met inachtneming van bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie, bij wege van experiment een ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens deze wet, voor zover:
het een experiment betreft op het gebied van hernieuwbare energie, energiebesparing, reductie van CO2 uitstoot of efficiënt gebruik van een warmtenet, of
een experiment ten doel heeft het opdoen van praktijkkennis over marktmodellen of tariefreguleringssystematiek.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
welke afwijkingen van het bepaalde bij of krachtens de wet zijn toegestaan;
de groep verbruikers waarvoor de ontheffing geldt;
de ten hoogste toegestane tijdsduur van die ontheffingen en het moment en de wijze waarop wordt besloten of de voortzetting van een ontheffing, anders dan als experiment, wenselijk is;
de situaties of het aantal situaties waarin een ontheffing is toegestaan;
de aanvraagprocedure en de termijn waarbinnen op een aanvraag wordt beslist;
het verbinden van voorschriften en beperkingen aan de ontheffing en de wijziging of intrekking van de ontheffing, en
de verslaglegging van een experiment door de houder van de ontheffing.
**3.** Onze Minister zendt uiterlijk drie maanden na de beëindiging van een experiment een verslag over de doeltreffendheid en de effecten ervan, alsmede een standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
**4.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.