**1.** Voor zover de uitvoering van het sectorplan een periode beslaat die langer is dan twaalf maanden, overlegt de hoofdaanvrager, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gestelde formulier, twaalf maanden na aanvang van de uitvoering van het sectorplan een tussentijds voortgangsverslag met de tot dan toe behaalde resultaten en gemaakte kosten waarbij ten minste wordt aangegeven de aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de prestaties.
**2.** De hoofdaanvrager verstrekt bij het tussentijds voortgangsverslag, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gestelde formulier, aan de minister het burgerservicenummer, dan wel bij het ontbreken daarvan het sociaal-fiscaalnummer, van de deelnemers per maatregel in het sectorplan waarvoor cofinanciering is verstrekt.
**3.** Indien de hoofdaanvrager voorschotten ontvangt als bedoeld in artikel 5.3 kan de minister in de beschikking tot subsidieverlening de verplichting opleggen dat het tussentijdse voortgangsverslag is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, volgens een door de minister voor te schrijven model.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4
Rapportageverplichting
Onderdeel van Regeling cofinanciering sectorplannen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2013