Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verordening PT bestemmingsheffing teelt bloembollen oogstjaar 2013· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 31 december 2014

1. Aan de ondernemer die bloembollen teelt wordt een bestemmingsheffing opgelegd naar de grondslag grondgebruik. 2. Onder grondslag grondgebruik, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan de bij de onderneming behorende cultuurgrond. 3. Onder cultuurgrond, zoals bedoeld in het tweede lid, wordt mede verstaan de cultuurgrond die: zaai- of pootklaar is gehuurd of gepacht; als overig los land is gehuurd of gepacht; om niet in gebruik is ontvangen, of wordt ingezet in het kader van contractteelt zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid. 4. De bestemmingsheffing is de gemeten maat van de door de ondernemer gebruikte cultuurgrond per bloembolgewas, uitgedrukt in de genoemde eenheid, vermenigvuldigd met het genoemde tarief in euro en bedraagt voor: Gewas BRSnr. Tarief Eenh. Tulp 560 60 ha Lelie 558 60 ha Narcis 559 40 ha Hyacint 552 40 ha Gladiool 553 40 ha Iris 550 40 ha Zantedeschia 130 60 ha Dahlia 548 40 ha Krokus 578 40 ha Overige bloembolgewassen 562 40 ha 5. Bij het vaststellen van de heffing per gewas wordt een gedeelte van een hectare of een are afgerond tot een veelvoud van respectievelijk een are en een centiare.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel