Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 31

De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2014 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de vereveningsbijdrage 2014

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2014· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 17 oktober 2013

1. Het college herberekent het normatieve bedrag 2014 voor de tweede keer voorlopig als de som van het tweede voorlopige deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014, het tweede voorlopige deelbedrag vaste zorgkosten 2014, het tweede voorlopige deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 en het tweede voorlopige deelbedrag kosten van overige prestaties 2014. 2. Voor de toepassing van artikel 3.17, eerste lid van het Besluit zorgverzekering: betrekt het college het bedrag berekend in artikel 26, elfde lid; berekent het college het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg. Het college berekent het gemiddelde marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg bedoeld in artikel 26, vierde lid en de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2014 bedoeld in artikel 26, eerste lid te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan EUR 40,00 per verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het college 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2014; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan EUR –40,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het college 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2014. 3. Voor de toepassing van artikel 3.17, tweede lid van het Besluit zorgverzekering: betrekt het college de uitkomst van artikel 28, twaalfde lid; berekent het college het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder. Het college berekent het gemiddeld marktresultaat door voor totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor verzekerden van achttien jaar en ouder, bedoeld in artikel 28, achtste lid en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2014 voor verzekerden van achttien jaar en ouder bedoeld in artikel 28, vijfde lid te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan EUR 12,50 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het college 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2014; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan EUR –12,50 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het college 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2014. 4. Het college bepaalt de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2014. 5. Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2014 per 1 mei 2015 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen. 6. Het college berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar te vermenigvuldigen met EUR 50. 7. Het college berekent de vereveningsbijdrage 2014 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2014 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar als bedoeld in artikel 23, zesde lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst bedoeld in artikel 30, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 23, vijfde lid. 8. Het college stelt de vereveningsbijdrage 2014 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2017 ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel