Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Wet gebruik Friese taal· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014

Indien een verdachte of getuige zich ter terechtzitting in een strafzaak buiten de gevallen bedoeld in artikel 11 wil bedienen van de Friese taal en aannemelijk maakt dat hij zich in het Nederlands onvoldoende kan uitdrukken, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft, indien hij zulks wenselijk acht, dat bijstand wordt verleend door een tolk. Artikel 276 van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel