Voor de toepassing van de artikelen 3.04, derde lid, van het RosR 1995 en 3.04, derde lid, van bijlage II van de EU-richtlijn 2006/87/EG worden kunststof afvoerleidingen van sanitaire systemen die door dekken van machinekamers voeren, beschouwd te zijn vervaardigd van onbrandbaar materiaal indien voldaan wordt aan de volgende eisen:
indien de machinekamer niet is voorzien van een vaste brandblusinstallatie met blusgas:
de doorvoering door het dek bestaat uit een stalen sok; en
het waterslot, als zich dat onder het dek bevindt, aansluitend aan de stalen doorvoering eveneens van staal is. Aan de aansluitende leidingen, zowel boven als onder het dek, worden geen materiaaleisen gesteld. Deze mogen van kunststof vervaardigd zijn. Indien het waterslot zich boven het dek bevindt, worden er aan de aansluitende leidingen boven het dek, geen materiaaleisen gesteld en mogen deze van kunststof zijn vervaardigd;
indien de machinekamer voorzien is van een vaste brandblusinstallatie met blusgas:
de doorvoering door het dek bestaat uit een stalen sok; en
het waterslot, als zich dat onder het dek bevindt, aansluitend aan de stalen doorvoering eveneens van staal is. Aan de aansluitende leidingen, boven het dek worden geen materiaaleisen gesteld. Deze mogen van kunststof vervaardigd zijn. Indien het waterslot zich boven het dek bevindt, worden er aan de aansluitende leidingen boven het dek, geen materiaaleisen gesteld en mogen deze van kunststof zijn vervaardigd; en
de aansluitende leidingen in de machinekamer van staal of een ander met betrekking tot onbrandbaarheid gelijkwaardig materiaal vervaardigd zijn.
Indien de aansluitende leidingen in de machinekamer van een ander materiaal zijn, zoals kunststof, is de machinekamer voorzien van een doelmatige automatisch werkende brandmeldinstallatie.
§ 3
Artikel 3.1
Artikel 3.1
Onderdeel van Beleidsregel binnenvaart 2013· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 29 oktober 2013