**1.** De minimum glasdikte wordt bepaald volgens de formule uit de NEN-ISO norm 3903 Annex B:
Hierin geldt:
t: de glasdikte in millimeters;
a: de kleinste maat van het venster in mm;
β: de factor als gevolg van de verhouding tussen de grootste en de kleinste maat van het venster;
P: de druk op het venster in kPa.
De waarde van β wordt bepaald uit de grafiek in de NEN-ISO norm 3903 Annex B.
Deze waarde kan ook berekend worden met de volgende formule:
β = 0.0179 * x3 – 0.2091 * x2 + 0.817 *x – 0.3378 – met als maximum 0,75
Hierin is x de grootste glasmaat b gedeeld door de kleinste glasmaat a.
**2.** P wordt als volgt bepaald:
P = P1 x f1
Voor vensters in positie 1 geldt: P1 = 60 – (10 * h/V)
Voor vensters in positie 2, 3 en 4 geldt: P1 = (50 – 42 * (h – V) met een minimum van 1 kPa.
In deze formules is:
V: 0,60 m voor zone 2 en 0,30 m voor zone 3 en 4;
h: de hoogte van de onderkant van het venster boven de geladen lastlijn in meters;
f1: correctiefactor voor de zone.
De correctiefactor f1 voor de zone bedraagt:
Voor zone 2: f1 = 1;
Voor zone 3: f1 = 0,64;
Voor zone 4: f1 = 0,25.
**3.** Voor lichtranden en patrijspoorten wordt de glasdikte bepaald volgens de formule:
t = 0,87 x t1 (mm).
Hierin is:
t1: basisdikte in mm. Deze wordt overeenkomstig het eerste lid bepaald.
**4.** De berekende minimum glasdikte mag in alle gevallen met ten hoogste 0,5 mm naar beneden worden afgerond in verband met genormaliseerde standaard glasdikten.
**5.** De glasdikte van ramen bedraagt in alle gevallen ten minste 8 mm voor ramen in de positie 1 en ten minste 5 mm voor ramen in de positie 2, 3 en 4.
**6.** Gelamineerd voorgespannen glas mag in alle gevallen worden toegepast, waarbij de equivalente dikte wordt bepaald volgens de formule:
Hierin betekent:
ti: de dikte van elke afzonderlijke glaslaag (mm);
t: de equivalente glasdikte volgens dit artikel.
**7.** Voor binnenvaartschepen, waarbij de vensters in de opbouw geplaatst zijn en het gangboord is uitgevoerd met een dichte verschansing aan de buitenzijde, wordt voor deze vensters de maat h vervangen door de maat:
h1 = h + 0,2 b + 0,2 q.
Hierin is:
b: de hoogte van de dichte verschansing in meters;
q: de breedte van het gangboord in m, horizontaal gemeten vanaf de buitenkant van het schip tot aan de opbouw.
Indien de maat b minder bedraagt dan 0,15 m en de maat q minder bedraagt dan 0,40 m, wordt de maat h niet vervangen door de maat h1.
**8.** Voor binnenvaartschepen waarbij vensters in een (schuif-)pui in de achterwand van de opbouw geplaatst zijn, wordt voor deze vensters de maat h vervangen door de maat h2= h + 0,5c.
Hierin is:
c: de kortste afstand van de zijkant van het venster tot aan de buitenhuid, horizontaal dwarsscheeps gemeten in m. Indien de maat c minder bedraagt dan 0,40 m, wordt de maat h niet vervangen door de maat h2.
**9.** Wanneer een rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype is voorzien van een berghout en een overstekend gangboord wordt de factor h, als bedoeld in het derde lid, vervangen door de factor:
h3= h + 0,2 p + 0,2 q.
Hierin is:
p: de horizontale oversteek van het berghout in m, aan de onderzijde gemeten;
q: de breedte van het gangboord in m, horizontaal gemeten vanaf de buitenkant van het berghout tot de onderkant van de opbouw. Indien de maat p minder bedraagt dan 0,10 m of de maat q minder bedraagt dan 0,30 m, wordt de maat h niet vervangen door de maat h3.
**10.** De glasdikte van ramen in open rondvaartboten en in rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype, bestemd voor de vaart op zone 4, bedraagt ten minste 5 mm.
§ 4
Artikel 4.5
Artikel 4.5
Onderdeel van Beleidsregel binnenvaart 2013· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 29 oktober 2013