Naar hoofdinhoud

§ 5

Artikel 5.1

Artikel 5.1

Onderdeel van Beleidsregel binnenvaart 2013· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 2 februari 2018

Bij de toepassing van artikel 7.02, derde lid, van het RosR 1995, en artikel 7.02, derde lid, van bijlage II van de richtlijn 2006/87/EG wordt onderstaande invulling gegeven aan bevoegdheid van de Commissie van Deskundigen: indien vanaf de plaats waar de roerganger zich gewoonlijk bevindt, over een boog van 40 graden van recht achteruit naar stuurboord en over een boog van 40 graden van recht achteruit naar bakboord geen direct vrij gezichtsveld van ten minste 25 graden aan elke zijde aanwezig is, zijn aanvullende maatregelen nodig in de vorm van optische of elektronische hulpmiddelen. Door toepassing van deze hulpmiddelen wordt bereikt dat er vanaf de plaats waar de roerganger zich gewoonlijk bevindt zicht is over een boog van ten minste 25 graden van recht achteruit naar bakboord en over een boog van ten minste 25 graden van recht achteruit naar stuurboord. Optische of elektronische hulpmiddelen: geven een beeld van voldoende grootte en kwaliteit, vrij van vervorming; zijn trillingsvrij opgesteld; en functioneren onder alle weersomstandigheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel