Indien een schip is voorzien van brugvleugelbediening worden de eisen van de artikelen 7.03 en 7.04, van het RoSR 1995 en 7.03 en 7.04 van Bijlage II bij Richtlijn 2006/87/EG toegepast met inachtneming van het volgende.
Inschakelen brugvleugelbediening
Nadat in het stuurhuis een schakelaar omgezet is, kan men op de betreffende brugvleugel de besturing overnemen.
De bediening vanuit het centrale stuurhuis moet echter in alle gevallen zonder handelingen op de brugvleugel teruggenomen kunnen worden.
Het moet zichtbaar zijn welke bediening in bedrijf is.
De besturing van het schip is maar op één plaats tegelijk mogelijk.
Stuurinrichting
De roeren of roerpropellers moeten vanaf de brugvleugel volledig bediend kunnen worden. Wegafhankelijke bediening heeft de voorkeur.
Indien er een noodbediening noodzakelijk is dan moet deze ook op de brugvleugel aanwezig zijn.
De stand van de roeren of roerpropellers moet op de brugvleugel zichtbaar zijn.
Indien het stuurhuis in de onmiddellijke omgeving van de brugvleugelbediening en in alle gevallen goed bereikbaar is, kan volstaan worden met een verzamelalarm voor storingen aan de stuurinrichtingen. De alarmering kan echter niet gecombineerd worden met alarmering voor de boegschroeven en de hoofdmotoren.
Bediening van de boegschroeven
Indien een boegschroef verplicht is op grond van de afmetingen of manoeuvreereigenschappen van het schip moet deze ook vanaf de brugvleugel bediend kunnen worden.
Indien de boegschroef vanaf de brugvleugel bediend kan worden gelden de volgende voorwaarden:
de installatie moet vanaf de brugvleugel gestart en gestopt kunnen worden;
toerental en richting van de boegschroef moeten vanaf de brugvleugel bediend kunnen worden;
toerental en richting van de boegschroef moeten op de brugvleugel zichtbaar zijn; en
indien het stuurhuis zich in de onmiddellijke omgeving van de brugvleugelbediening bevindt en in alle gevallen goed bereikbaar is, kan volstaan worden met een verzamelalarm voor storingen aan de boegschroef. De alarmering kan echter niet gecombineerd worden met alarmering voor de stuurinrichting en de hoofdmotoren.
Bediening van de hoofdmotoren
Voorruit, achteruit en toerental moeten vanaf de brugvleugel geregeld kunnen worden.
Het toerental moet op de brugvleugel zichtbaar zijn.
Indien op de brugvleugel uit de stand van het bedieningshandel opgemaakt kan worden wat de draairichting van de schroeven is, behoeft dit niet apart gesignaleerd te worden.
Indien het stuurhuis in de onmiddellijke omgeving van de brugvleugelbediening en in alle gevallen goed bereikbaar is, kan volstaan worden met een verzamelalarm voor storingen aan de hoofdmotoren en de keerkoppeling. De alarmering kan echter niet gecombineerd worden met alarmering voor de stuurinrichting en de boegschroeven.
§ 9
Artikel 9.1
Artikel 9.1
Onderdeel van Beleidsregel binnenvaart 2013· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 29 oktober 2013