Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 7

Ledenwerfoproepen binnen het media-aanbod

Onderdeel van Regeling ledenvoordelen en ledenwerfactiviteiten· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 28 november 2013

1. Binnen het media-aanbod van de publieke mediadiensten mogen oproepen in het kader van ledenwerving uitsluitend worden gedaan onder de voorwaarden van dit artikel. 2. Binnen het video- en audiogedeelte van media-aanbod zijn oproepen in het kader van ledenwerving die plaatsvinden in aanbod dat wordt verzorgd door de Ster toegestaan. 3. Binnen het video- en audiogedeelte van media-aanbod zijn oproepen in het kader van ledenwerving in aanbod dat niet wordt verzorgd door de Ster toegestaan indien: in elke oproep duidelijk wordt gemaakt dat nieuwe leden voor ten minste één jaar lid worden en de door de omroepvereniging met inachtneming van de wet vastgestelde contributie verschuldigd zijn; de oproepen geen verwijzing bevatten naar economische voordelen die verbonden zijn aan het lidmaatschap; elke oproep niet langer duurt dan 30 seconden. 4. Binnen het video- en audiogedeelte van media-aanbod dat wordt verzorgd via omroepdiensten, voor zover dat aanbod niet wordt verzorgd door de Ster: mogen oproepen in het kader van ledenwerving telkens slechts één maal worden uitgezonden in een onderbreking tussen twee programma’s; en mag de totale duur van de oproepen in het kader van ledenwerving in radioprogramma-aanbod en televisieprogramma-aanbod per omroepvereniging niet meer bedragen dan: in radioprogramma-aanbod: 7 minuten per week; in televisieprogramma-aanbod: 24 minuten per kalenderkwartaal; per programmakanaal: 2 minuten per dag. 5. Binnen het tekst- en grafische gedeelte van het media-aanbod zijn oproepen in het kader van ledenwerving toegestaan indien: in elke oproep duidelijk wordt gemaakt dat nieuwe leden voor ten minste één jaar lid worden en de door de omroepvereniging met inachtneming van de wet vastgestelde contributie verschuldigd zijn; het aandeel van dergelijke oproepen beperkt is in hoeveelheid en duur en niet overheersend is.

Rechtspraak bij dit artikel