De bevoegdheid tot het voorschrijven van geneesmiddelen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, geldt slechts;
ten aanzien van antidiarrhoica, anti-emetica, benzodiazepinen, laxantia, middelen van pijnbestrijding en secretieremmers;
voor zover een arts de diagnose kanker met betrekking tot de patiënt heeft gesteld; en
voor zover de op grond van artikel 4, eerste lid, aangewezen verpleegkundige bij het voorschrijven de binnen de relevante beroepsgroepen geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen volgt.
Paragraaf 3
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Regeling voorschrijfbevoegdheid verpleegkundigen· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2015