Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Regeling voorschrijfbevoegdheid verpleegkundigen· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2015

1. Voor een aanwijzing als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, artikel 4, tweede en derde lid, en artikel 6, tweede en derde lid: dient een aanvraag door de hogeschool dan wel zorginstelling te worden gedaan die de opleiding of module farmacotherapie verzorgt; worden door de aanvrager de bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat zij aan de vereisten voldoen als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, artikel 4, tweede en derde lid, en artikel 6, tweede en derde lid. 2. De aanwijzing van een opleiding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en artikel 6, eerste lid, onderdeel a, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar. De geldigheidsduur, bedoeld in de eerste volzin kan daarenboven terugwerken tot een in de aanwijzing vast te stellen termijn. 3. De aanwijzing van een module farmacotherapie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, en onderdeel c, onder 2°, artikel 4, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, en onderdeel c, onder 2°, en artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar. De geldigheidsduur, bedoeld in de eerste volzin kan daarenboven terugwerken tot een in de aanwijzing vast te stellen termijn. 4. Indien in de opleidingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, artikel 4, eerste lid, onderdeel a, en artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en in de modules farmacotherapie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, onder 2° en onderdeel c, onder 2°, artikel 4, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, onderdeel c, onder 2°, en onderdeel d, onder 2°, en artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, wijzigingen plaatsvinden betreffende de vereisten, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, artikel 4, tweede en derde lid, onderscheidenlijk artikel 6, tweede en derde lid, stelt de hogeschool of zorginstelling de Minister daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte. 5. De hogeschool of zorginstelling waarvan de opleiding of module farmacotherapie is aangewezen, verstrekt de Minister op verzoek informatie die noodzakelijk is om te beoordelen of de opleiding dan wel de module farmacotherapie op enig moment voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen. 6. Onze Minister kan een aanwijzing intrekken zodra de opleiding niet of niet langer voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen. 7. Van een aanwijzing of een intrekking van een aanwijzing wordt kennis gegeven in de Staatscourant. Het eerste lid treedt in werking voor zover van toepassing ten aanzien van artikel 4, derde lid. Het derde lid treedt in werking voor zover van toepassing ten aanzien van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, en onderdeel c, onder 2°. Het vierde lid treedt in werking voor zover van toepassing ten aanzien van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, onder 2° onderdeel c, onder 2°, en onderdeel d, onder 2°. Het vijfde lid treedt in werking voor zover het betreft de module farmacotherapie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel