**1.** Onze Minister van Justitie en Veiligheid doet een mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente inzake het niet van toepassing zijn van artikel 2.6 van de wet, als hij de identiteit van een vreemdeling als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder f, deugdelijk heeft vastgesteld, de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft en naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden.
**2.** In afwijking van het eerste lid doet Onze Minister van Justitie en Veiligheid geen mededeling als bedoeld in het vorige lid omtrent de vreemdeling, bedoeld in:
artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000;
artikel 30a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, aan wie een andere lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming heeft verleend;
artikel 30b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die afkomstig is uit een derde land dat voor de vreemdeling als een veilig land van herkomst kan worden beschouwd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › § 3
Artikel 24a
Artikel 24a
Onderdeel van Besluit basisregistratie personen· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 12 juni 2026