In artikel 21, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden is bepaald dat de onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten (genoemd in artikel 21, eerste lid, Rechtspositiebesluit gedeputeerden) voor een gedeputeerde per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
De consumentenprijsindex voor 2013 is bepaald op 115,46. Voor 2012 was dit indexcijfer 112,70. Een verhoging van 2,4%. Dit betekent dat de bedragen van de onkostenvergoeding gedeputeerden per 1 januari 2014 worden verhoogd met 2,4%.
Kiest uw provincie wel voor de werkkostenregeling dan geldt het volgende.
Met ingang van 1 januari 2014 wordt het bedrag genoemd in artikel 21, eerste lid, mede gezien artikel 23a, aanhef en onder c, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden gewijzigd in € 344,16.
Voor uw informatie meld ik u ook het bedrag van de onkostenvergoeding als uw provincie (nog) niet kiest voor de werkkostenregeling. Het bedrag genoemd in artikel 21, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden luidt dan met toepassing van de formule genoemd in artikel 24, onder b, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, met ingang van 1 januari 2014: € 717,–.
Artikel 7
Onkostenvergoeding gedeputeerden
Onderdeel van Circulaire van 2 december 2013, nr. 2013-0000699265, inhoudende wijzigingen van de bedragen per 1 januari 2014 van de (onkosten)vergoedingen voor de commissarissen van de Koning, de leden van provinciale staten, leden gedeputeerde staten en commissieleden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 december 2013