Op grond van artikel 3, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders wijzigt de bezoldiging van wethouders overeenkomstig de wijziging van de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk.
Zoals onder 2 is aangegeven geldt de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het rijkspersoneel zoals die is overeengekomen voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2010 nog steeds. Als een volgende overeenkomst wordt vastgesteld, informeer ik u over de gevolgen daarvan voor de bezoldiging van de wethouders.
U bent over de bezoldiging van de wethouders voor het laatst geïnformeerd bij circulaire van 30 november 2010, kenmerk 2010-693951. U kunt vooralsnog uitgaan van de bezoldiging van de wethouders zoals beschreven in die circulaire.
Voor de volledigheid vermeld ik de bezoldigingsbedragen van de wethouders zoals die gelden per 1 april 2009 en die tot de eerstvolgende wijziging blijven gelden:
Klasse
Inwonertal
Bezoldiging
1
Tot en met 8.000
€ 4.380,72
2
8.001–14.000
€ 4.964,76
3
14.001–24.000
€ 5.553,35
4
24.001–40.000
€ 5.943,06
5
40.001–60.000
€ 6.529,63
6
60.001–100.000
€ 7.115,19
7
100.001–150.000
€ 7.703,79
8
150.001–375.000
€ 8.113,34
9
375.001 en meer
€ 9.098,26
Artikel 5
Bezoldiging wethouders
Onderdeel van Circulaire (onkosten)vergoedingen burgemeesters, wethouders, raadsleden en commissieleden per 1 januari 2014· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 december 2013