Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bezoldiging wethouders

Onderdeel van Circulaire (onkosten)vergoedingen burgemeesters, wethouders, raadsleden en commissieleden per 1 januari 2014· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 december 2013

Op grond van artikel 3, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders wijzigt de bezoldiging van wethouders overeenkomstig de wijziging van de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk. Zoals onder 2 is aangegeven geldt de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het rijkspersoneel zoals die is overeengekomen voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2010 nog steeds. Als een volgende overeenkomst wordt vastgesteld, informeer ik u over de gevolgen daarvan voor de bezoldiging van de wethouders. U bent over de bezoldiging van de wethouders voor het laatst geïnformeerd bij circulaire van 30 november 2010, kenmerk 2010-693951. U kunt vooralsnog uitgaan van de bezoldiging van de wethouders zoals beschreven in die circulaire. Voor de volledigheid vermeld ik de bezoldigingsbedragen van de wethouders zoals die gelden per 1 april 2009 en die tot de eerstvolgende wijziging blijven gelden: Klasse Inwonertal Bezoldiging 1 Tot en met 8.000 € 4.380,72 2 8.001–14.000 € 4.964,76 3 14.001–24.000 € 5.553,35 4 24.001–40.000 € 5.943,06 5 40.001–60.000 € 6.529,63 6 60.001–100.000 € 7.115,19 7 100.001–150.000 € 7.703,79 8 150.001–375.000 € 8.113,34 9 375.001 en meer € 9.098,26

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel