**1.** Onze Minister van Financiën voert trendmatig begrotingsbeleid met betrekking tot de uitgaven en de ontvangsten van de rijksdienst en de sociale fondsen.
**2.** Het trendmatig begrotingsbeleid wordt gevoerd:
met inachtneming van vaste kaders voor de uitgaven en de niet-belastingontvangsten binnen de budgetdisciplinesectoren, bedoeld in artikel 2.23, vierde lid, onder a, van de Comptabiliteitswet 2016;
met inachtneming van het uitgangspunt van automatische stabilisatie voor de belastingontvangsten en sociale premies, en
op basis van de meerjarencijfers en de macro-economische ramingen van de relevante variabelen van het CPB.
**3.** Het voeren van het trendmatig begrotingsbeleid geschiedt voorts:
met inachtneming van:
het door de Raad van de Europese Unie voor Nederland aanbevolen netto-uitgavenpad;
de binnen de Europese Unie geldende norm voor het feitelijk EMU-saldo;
de binnen de Europese Unie geldende norm voor de feitelijke EMU-schuld;
met inachtneming van de binnen de Europese Unie vastgestelde procedures voor het respecteren van de onder a genoemde elementen;
rekening houdend met de door een van de instellingen van de Europese Unie aan de lidstaat Nederland gegeven aanbevelingen voor het respecteren van het door de Raad van de Europese Unie voor Nederland aanbevolen netto-uitgavenpad, en
rekening houdend met de nationale normen en internationale normen voor het meerjarig geprognosticeerde feitelijk EMU-saldo.
**4.** Onze Ministers die het aangaat nemen, in overeenstemming met het oordeel van de ministerraad, adequate uitgavenbeperkende en/of inkomstenverhogende maatregelen, indien door Onze Minister van Financiën wordt vastgesteld, dat het gevoerde trendmatig begrotingsbeleid niet in voldoende mate leidt tot het respecteren van de in het derde lid bedoelde normen en aanbevelingen.
**5.** Onze Minister van Financiën baseert het middellange- en langetermijnbegrotingsbeleid op onafhankelijke studies over de houdbaarheid van de financiën van de collectieve sector, die zo nodig door hem worden geëntameerd.
**6.** Voor de beoordeling van het gevoerde begrotingsbeleid over een jaar wordt uitgegaan van de berekening van het CBS van het gerealiseerde EMU-saldo en van de gerealiseerde EMU-schuld.
Artikel 2
: Begrotingsbeleid
Onderdeel van Wet houdbare overheidsfinanciën· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 31 december 2025