**1.** De lokale spoorweginfrastructuur waarover vervoer wordt verricht wordt door de beheerder zodanig beheerd dat de lokale spoorweginfrastructuur blijft voldoen aan de artikelen 5 en 6.
**2.** Van ernstige incidenten doet de beheerder onmiddellijk melding aan de toezichthouder.
**3.** De beheerder stemt het beheer van de lokale spoorweg af met:
de beheerder van een daaraan grenzende lokale spoorweg;
de beheerder van een daaraan grenzende hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Spoorwegwet; of
de wegbeheerder van een daaraan grenzende weg.
**4.** Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen de beheerder bindende aanwijzingen geven met betrekking tot het beheer.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de hoofdstukken 2 tot en
met 10 van de Wet lokaal spoor in werking treden.
Hoofdstuk 3
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Wet lokaal spoor· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2015