**1.** De bepalingen van het burgerlijk recht zijn op het ouderlijk gezag van toepassing, voor zover niet uit deze wet het tegendeel volgt.
**2.** Niet van toepassing zijn de artikelen 235, 241 tot en met 242, 253ha, 253l, 253s, 253t, 253z, 255, 257, 266, 268, 342, tweede lid, 344, 349 en 370 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Wet regeling ouderlijk gezag op minderjarige Koning 2013· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015