Het bevoegd gezag kan alleen een persoon als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, bevoegd verklaren voor het uitoefenen van een of meer van de in dat artikel bedoelde taken nadat deze persoon de voor hem vastgestelde delen van de opleiding, bedoeld in artikel 5.6, met goed gevolg heeft afgerond en zolang deze persoon blijkt geeft over voldoende kennis en vakbekwaamheid te beschikken om de betreffende functie te kunnen blijven uitoefenen.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 1
Artikel 5.5
Voorwaarden voor het uitoefenen van de taken, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b
Onderdeel van Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017