Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Verordening op de Raad voor Geschillen· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014

1. De betrokken partijen kunnen – tenzij de Kamer beveelt, dat zij in persoon verschijnen – zich ter zitting doen vertegenwoordigen door een daartoe gemachtigde. Partijen kunnen zich door een raadsman doen bijstaan. 2. De Kamer kan bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, weigeren. Bij zodanige weigering houdt de Raad de zaak tot een volgende zitting aan. 3. Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van advocaten. 4. De Kamer zal van schriftelijke stukken of van mondelinge verklaringen alleen gebruik maken voor zover zij partijen in de gelegenheid heeft gesteld van die stukken kennis te nemen en het afleggen van de mondelinge verklaringen bij te wonen. 5. De zakelijke inhoud van de mededelingen van partijen en van door derden afgelegde mondelinge verklaringen wordt door de secretaris op schrift gesteld. Aan een ter zitting niet verschenen partij wordt het proces-verbaal van de zitting toegezonden. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel