Ten aanzien van personen aan wie ingevolge een grensoverschrijdend programma door een in het buitenland gevestigde autoriteit het uitoefenen van toezicht is opgedragen, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, voor zover dat toezicht in Nederland wordt uitgeoefend, met dien verstande dat indien de aanwijzing in een andere EU-lidstaat werkzame personen betreft, daarvoor de voorafgaande goedkeuring van Onze Minister is vereist.
Hoofdstuk 4 › § 4.1
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Uitvoeringswet EFRO· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2021