De openbare ministeries van de landen plegen, onder roulerend voorzitterschap van de procureur-generaal van Aruba en de procureur-generaal van Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba periodiek overleg over de uitvoering van deze onderlinge regeling. Bij dit overleg worden de directeuren van de detentie-inrichtingen van de landen betrokken.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Onderlinge regeling Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten ex art. 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (beschikbaarstelling detentiecapaciteit)· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 13 februari 2014