**1.** Op een weg als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is het referentiepunt gelegen in het midden van de middenberm.
**2.** In afwijking van het eerste lid is het referentiepunt gelegen op:
het midden tussen de buitenste kantstrepen van een doorgaande rijbaan indien:
de betrokken weg bestemd is voor éénrichtingsverkeer, of
de middenberm breder is dan 25 meter,
de scheiding van de rijrichtingen, indien het een weg zonder middenberm met twee rijrichtingen betreft;
het midden tussen de buitenste randen van het asfalt, indien de doorgaande rijbaan geen buitenste kantstreep heeft.
**3.** Een verbindingsboog wordt voor het bepalen van de ligging van het referentiepunt aangemerkt als een weg bestemd voor éénrichtingsverkeer.
Paragraaf 2
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Regeling basisnet· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 april 2024