**1.** De directie is bevoegd de stichting te ontbinden, doch niet eerder dan nadat voor dit besluit voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht en van de minister is ontvangen.
**2.** Op een besluit tot goedkeuring ten aanzien van het besluit tot ontbinding is het bepaalde in het tweede en in het derde lid van het vorige artikel van overeenkomstige toepassing.
**3.** De stichting kan voorts worden ontbonden door de minister, nadat de minister de directie hierover heeft gehoord.
**4.** Voor zover de rechter geen andere vereffenaars heeft benoemd, worden de directieleden vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting.
**5.** De vereffenaars doen aan het handelsregister opgaaf van de ontbinding alsmede van hun optreden als zodanig.
**6.** Bij het besluit tot ontbinding wordt, als onderdeel hiervan, de bestemming van het overschot na vereffening vastgesteld, welke bestemming zoveel mogelijk in overeenstemming is met het doel van de stichting. Dit besluit behoeft de goedkeuring van de minister. Tevens wordt, in overleg met de minister, een bewaarder voor de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting aangewezen.
**7.** Na ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 19
Ontbinding en vereffening
Onderdeel van Statuten Stichting Nederlands Letterenfonds· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2014