**1.** De bezitter van een bewijs van toelating toont voor een door het instellingsbestuur vastgestelde datum aan dat hij voldoet aan de vooropleidingseisen of de nadere vooropleidingseisen vo-ho, de nadere vooropleidingseisen mbo-hbo of bijzondere nadere vooropleidingseisen.
**2.** Als de aspirant-student niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, vervalt zijn bewijs van toelating.
**3.** Als een aspirant-student voor de door het instellingsbestuur vastgestelde datum niet kan voldoen aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, kan hij het instellingsbestuur om uitstel verzoeken.
**4.** Het instellingsbestuur voldoet aan het verzoek, bedoeld in het derde lid, en stelt het een nieuwe termijn vast, waarbinnen de aspirant-student aan de verplichting moet voldoen.
Hoofdstuk 4 › § 3
Artikel 4.9
Vooropleidingseisen en nadere vooropleidingseisen
Onderdeel van Regeling aanmelding en toelating hoger onderwijs· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2024